Recensie openluchtvoiorstelling City Lights van Chaplin met Yvo Verschoor in het Vondelpark
op cineville.nl
verslag Filmconcert Bibliotheek Wassenaar 26 november 2010

Optreden op Leids Film Festival 31 oktober & 1 november 2009, festival dagkrant:

Au Lieu des Mémoires, interview Stichting Amateurfilm augustus 2009 i.v.m. Nederlands Film Festival:


Bed & Sofa, theaterbar Berlin august 2007
Reuters-Television Buster Keaton programma, Berlin november 2007
Le Petit Journal Cinema Brut, Berlin 28-02-2008
Rin Tin Tin op Terschelling (walthaus.blogspot.com)

Dit is verteller Anton Groothuis, die met pianobegeleider Yvo Verschoor op Terschelling 'The night cry' vertoonde. Dat is een stomme film uit 1926 met de legendarische herdershond Rin Tin Tin. En de getrainde condor Bozo, maar die is niet legendarisch.
Rin Tin Tin wordt vals beschuldigd van het doodbijten van lammetjes (dat deed die condor dus, de boeren kunnen blijkbaar het verschil niet zien tussen een hondenbeet en een condorsnavel), hij moet afgemaakt worden. Zijn eigenaar kan dat niet over zijn hart verkrijgen. Gelukkig maar, want daardoor kan Rin Tin Tin in een mooie finale een klein meisje redden, dat door de hongerige condor hoog de rotsen in gesleept is.
Echt subtiel is de film niet, maar hij kreeg het publiek goed mee. Een wat simpele jongen met een petje op naast me kon zich bij de cliffhangers amper beheersen. Toen Rin Tin Tin een slechterik die hem alsnog wilde doodschieten tegen de schoorsteenmantel gooide, zodat de man knock out ter aarde viel, riep de jongen: ,,Klaar!''
Volgens mij voelde iedereen zich net zo opgelucht, maar durfden ze dat minder goed te uiten.
Leeuwarder Courant, OEROL 2008:
Verslag RinTinTin de Wolfshond, OEROL Festival 1996, Het Parool:

Interview door Juanita Diemel voor tijdschrift Pianowereld:

Interview NRC/Handelsblad n.a.v. serie zwijgende Hitchcock films zomer 1997:
Yvo Verschoor over de zwijgende Hitchcock
Door GERDA TELGENHOF
“De zwijgende thrillers van Alfred Hitchcock lenen zich uitstekend
om muziek bij te maken. Er wordt een beroep gedaan op je vermogen steeds
iets anders te bedenken en de spanning niet te laten wegebben. Hij creëert
in zijn films een geladen sfeer met optische effecten die bijna muzikaal
zijn, omdat ze geluid suggereren. Je ziet een deur opengaan en omdat alle
aanwezigen erop reageren, weet je dat die deur kraakt.”
Pianist Yvo Verschoor (31) speelt de komende twee maanden in het Amsterdamse
filmmuseum tijdens het retrospectief van Alfred Hitchcock (1899-1980), samen
met Charles Visser en Wim Tuyl. Afwisselend begeleiden ze op de Yamaha-vleugel
zwijgende films, waarvan 'the master of suspense' er in de jaren twintig
een tiental maakte, voor hij aan de geluidsfilm begon. Het hele retrospectief
omvat bijna het complete oeuvre (meer dan vijftig films) van Hitchcock. Yvo
Verschoor speelt bij The Lodger (1926), Downhill (1927) en Easy Virtue (1927).
Verschoor, die de jazzopleiding volgde aan het Haagse Conservatorium, begon
oude films te begeleiden in het Haags Filmhuis. Hij speelt ook in jazzbands,
maar doet de laatste vijf jaar steeds meer voor filmtheaters.
“Ik heb al honderden films begeleid, van serieuze Russische tot komische
films met Charley Chaplin en Buster Keaton. Ik leg me steeds meer toe op
klassieke muziek, want ik gebruik veel romantische composities van Debussy,
Ravel, Schubert, Chopin en ook Bach. Maar die lenen zich niet voor Hitchcock.
Voor The Lodger heb ik gebruik gemaakt van muziek die Bernard Herrmann, een
componist met wie Hitchcock veel samenwerkte, schreef voor Psycho (1960).
“Die oude, zwijgende Hitchcock-films doen op het eerste gezicht wat
lachwekkend, traag en gedateerd aan. Maar als je goed kijkt, zie je hoe hij
over alle kleinigheden heeft nagedacht. Hij zet je voortdurend op het verkeerde
been. Met de karakters wordt niets gedaan, maar ze zorgen voor spanning en
verwarring. In The Lodger komt een huurder voor die de hele film door een
soort hypnotische blik heeft waardoor je tot de ontknoping denkt dat hij
de dader is.
“Karakteristiek voor Hitchcock is dat hij continu spanning weet te
houden en de climax weet uit te stellen. Bij geluidsfilms hoor je op spannende
momenten vaak violen aanzwellen. Op de piano roep ik dat gevoel onder andere
op door septime-akkoorden en sus-akkoorden. 'Sus' staat voor suspense. Je
laat bijvoorbeeld een terts in een akkoord 'onaf' en stelt het complete akkoord
als het ware uit, waardoor je suggereert dat er nog iets gaat komen. Dat
is precies wat de film op dat moment doet. Ook stilte kan heel beklemmend
werken, dus af en toe stopt de piano. Hoe meer mensen in de zaal, hoe beklemmender
die stilte werkt.
“Ik leer de muziek die ik bij zwijgende films speel meestal uit mijn
hoofd, omdat ik het moeilijk vind me op twee dingen tegelijk te concentreren.
Tijdens het spelen let ik voortdurend op de film. Ik probeer zoveel mogelijk
muziek en beeld synchroon te laten lopen en een bijpassende sfeer op te roepen.
Soms componeer ik zelf iets en ik werk ook met platen en geluidsbanden. In
Downhill bijvoorbeeld, wordt gedanst op de 78-toerenplaat I want some money.
Op dat moment laat ik een opname van die plaat horen.”
“Vroeger werd er ook muziek bij gespeeld, maar dat blijkt niet meer
te achterhalen. Orkesten in bioscopen kregen opdrachten bestaande muziek
te spelen, maar de keuze hing af van de grootte en de mogelijkheden van het
orkest en welke effecten ze konden bereiken. In die effecten is de piano
natuurlijk beperkter dan een orkest. Daarom werk ik af en toe met 78-toerenplaten
en geluidsbanden.
“Het probleem bij de voorbereiding is dat je werkt met filmbeelden
waar geen passende muziek bij is gemaakt. Het is steeds knippen en inpassen.
Je moet de films goed kennen, anders ontkracht je de scènes met de
muziek. De bedoeling is dat het door de regisseur beoogde effect behouden
blijft. De muziek dient alleen als ondersteuning.”