Toen in 1895 de eerste 'echte' bewegende beelden werden vertoond - bij de voorloper, de toverlantaarn, werd beweging al gesuggereerd - was dat een grote sensatie. Mensen waren gefascineerd door letterlijk alles wat maar bewoog.

Op kermissen werden veel korte filmpjes vertoond: boksende mannetjes en
kangoeroes, danseresjes in vlinderjurkjes, duveltjes in doosjes, straatbeelden
en treinen. Dit gebeurde eerst in tenten, vaak met een 'explicateur'. Die
vertelde het publiek wat er te zien was. Al snel werden er zaaltjes ingericht
speciaal voor filmvertoningen: de cinema of bioscoop.
Veel mensen bijeen in een verduisterde ruimte: het wekte spanning en irritatie
op. Al gauw werd er een plaatselijke muzikant, vaak een pianist bij gehaald
om met wat achtergrondmuziek de stilte te doorbreken en storende geluiden
te verdoezelen.
Toen bleek dat het effect van beeld veel groter wordt als het samengaat
met muziek.
De filmmuziek was geboren.

In de eerste tien jaar van de 20ste eeuw werden films langer en de onderwerpen werden diverser. Die films werden altijd voorzien van tussentitels. Die moesten duidelijk maken wat de acteurs niet konden zeggen met hun lichaamstaal en hun ogen - daarom waren de ogen van die generatie acteurs zwaar opgemaakt.

Aangezien veel mensen niet konden lezen, bleef een explicateur ook dan
nodig om het verhaal uit te leggen. Muziek werd nu steeds belangrijker om
het publiek mee te voeren in de suggestie van het filmverhaal.
Filmstudio's stuurden met de kopie van een film zogeheten cue-sheets
mee. Daarop stonden muzieksuggesties: wat er gespeeld moest worden, en op
welk moment. Zo ontstonden bibliotheken vol 'feature film music',
met bij voorbeeld fragmenten die speciaal voor liefdesscènes, of voor
achtervolgingen waren geselecteerd.
Vaak was dat muziek van bekende componisten
(bijv. Beethoven, Wagner, Mendelssohn, Liszt, Chopin), of er werd geput uit het uitgebreide 'salonmuziek-repertoir'.
Soms ook was de muziek speciaal voor een
film gecomponeerd
(bijv. Satie, Honneger, Shostakovitch, Antheil).
In filmpaleizen in grote steden werden avondvullende films (van soms meer
dan drie uur lengte)
onder het doek
begeleid door grote symfonieorkesten, aangevuld met de
nodige geluidseffecten.
Soms waren die orkesten tachtig man sterk!

Maar ging diezelfde film rouleren in de kleinere theaters, dan werd die muziek soms gespeeld door een veel kleinere bezetting. Meestal echter was het slechts één pianist of organist.
Er was veel censuur, waardoor het kon gebeuren hele scènes werden verwijderd
- bijv. kus-scènes.
Ook bestonden er voor verschillende
landen verschillende eindes: een happy Hollywood-einde voor de VS, een dramatisch
slot voor (oost)Europa en Rusland.
Hierdoor duurde de uitgeschreven bladmuziek of score vaak niet meer even lang als het beeld en moest er worden geknipt en geplakt of werd er geïmproviseerd. Vaak raakten scores en cue-sheets op hun reis van theater tot theater ook kwijt. Dan moest er dus vaak ter plekke iets worden verzonnen. De musici interpreteerden dan zelf de bedoeling van de film. Niet altijd werd hen dat door de filmmaker in dank afgenomen.

Filmproducenten zochten naar allerlei manieren om geluid op te nemen en synchroon met de film af te spelen, bij voorbeeld via 78 toeren-grammofoonplaten en ingenieuze machines die aan projectoren werden gekoppeld. In 1927 werd het 'optisch geluid' uitgevonden: een geluidsspoor op de filmprint. Binnen een paar jaar raakten door die vinding de vele duizenden muzikanten die inmiddels in bioscopen en filmstudio's werkten hun baan kwijt.
Van alle films die vóór 1927 zijn gemaakt is 80 procent verloren gegaan. Van de muziek die voor die films is geschreven bleef nog minder bewaard. Van de rijke improvisatie-praktijk is vrijwel niets overgebleven. Dankzij filmmusea en archieven die hun bezit weer willen vertonen zijn er inmiddels gelukkig weer enkele mensen die de kunst van het improviseren bij stomme film levend houden.
Wilt u meer weten, kijk dan bij LINKS, kom langs bij een filmconcert of
neem gerust CONTACT op.
Still
uit de recent herontdekte Beyond the rocks uit 1922