Pianist Yvo Verschoor (1966) ontwikkelde na z'n conservatorium studie een geheel eigen manier van
het begeleiden en interpreteren van film.
In de afgelopen 18 jaar kon hij als filmpianist enorm veel ervaring opdoen, mede dankzij de lange samenwerking met het EYE Film Institute (filmmuseum) in Amsterdam, waarvoor hij vele
honderden films begeleidde, en zijn optredens op diverse filmfestivals en in theaters in binnen en buitenland.
Hij reist veel rond met z'n eigen concertvleugel en een groot filmdoek en treedt regelmatig op met unieke eigen filmprogramma's.
Zijn
doel: mensen in contact brengen met de schoonheid en diversiteit van historische films en met de kunst van het
improviseren bij beeld.
fragment 'Our
Hospitality', Theaterbar in Berlijn 24-06-'07,
een van de eerste concerten met Frau Blüthner in Berlijn.
Yvo achter z'n eerste 'reisvleugeltje' bij 'The man with a Moviecamera' in 't Haags Filmhuis>>
(foto: Reinder Wijnveld) >
Yvo Verschoor stelt sinds een succesvolle reeks filmconcerten in
Berlijn in 2007/08 steeds vaker zelf programma's samen rond een thema.
In die voorstellingen wordt de stille filmgeschiedenis tussen 1895 en ± 1930 telkens vanuit een ander onderwerp bekeken
en toegelicht.
Die nieuwe programma's zijn maandelijks te zien en te horen in het Pianolamuseum
in Amsterdam.
Natuurlijk zijn deze unieke voorstellingen ook op andere locaties mogelijk.
Kijk
voor meer informatie over deze programma's bij:
Solo
filmconcerten of Agenda.
De kunst van het improviseren bij beeld blijft Yvo fascineren.
Grote voorbeelden zijn improvisatoren als Art Tatum en Keith Jarrett, maar ook het rijke idioom van grote romantische componisten als Brahms, Chopin en Rachmaninoff en vooral de impressionistische muziek van Ravel, Debussy, Mompou en Messiaen zijn een grote bron van inspiratie.
"Tijdens mijn filmconcerten ontstaat er als het goed is een dialoog tussen film, muziek en
het publiek.
De filmbeelden komen door de live geïmproviseerde
muziek, opnieuw tot leven.
Er ontstaat dus telkens iets nieuws en unieks.
Of het nu om drama, komedie of documentairebeelden gaat; het gaat erom de beelden muzikaal zo te interpreteren, dat emotionele lagen worden versterkt, personages
gaan leven en er telkens een nieuw, uniek geheel ontstaat, dat alleen op dat moment en alleen bij die uitvoering bestaat.
De filmbeelden en de muziek vormen samen een nieuw werk.
Net zoals in de tijd van de stomme film, gebruik ik klassieke-,
jazz- en hedendaagse muziek in mijn improvisaties. Ik heb veel respect voor de traditie van filmbegeleiding, maar het is niet mijn bedoeling om precies zo te spelen als vroeger bij die films; het gaat me bij mijn filmconcerten om het hier en nu.
Wij kijken en luisteren anno 2010 nou eenmaal anders dan grofweg 100 jaar geleden, en ik vind het belangrijk de onstane kloof tussen toen en nu te overbruggen".
"Helaas wordt er vaak ten onrechte van uitgegaan dat stomme films altijd
op een valse, slechte piano (een zogenaamde tingeltangel) werden begeleid. Dat zal ongetwijfeld vaak het geval zijn geweest, maar de beginjaren van de film waren ook juist de hoogtijdagen van de pianoindustrie. Er waren vele honderden pianofabrieken, die vaak duizenden instrumenten per jaar bouwden,
en juist in die periode werden veel hele goede instrumenten gebouwd en waarschijnlijk dus ook gebruikt
in theaters en
bij filmvoorstellingen.
Om die
reden, maar vooral omdat de kwaliteit van de klank voor mij erg belangrijk is om verschillende atmosferen te kunnen scheppen,
neem ik als het enigszins mogelijk is, mijn eigen concertvleugel 'Frau
Blüthner' mee,
een prachtige Blüthner
van 2,30 meter, gebouwd in Leipzig in 1897.
Deze concertvleugel is door z'n
diversiteit aan klankkleuren en dynamisch bereik van fluisterzacht tot fortissimo, bij uitstek geschikt
om zwijgende beelden aansprekend tot leven te brengen".
Scroll naar beneden voor 'het Vleugelverhaal'
Als solo-pianist speelde Yvo Verschoor bij duizenden films
en werkte hij mee aan heel veel speciale filmprogramma's, o.a. voor het Nederlands
Filmmuseum in Amsterdam, voor Beeld & Geluid Hilversum, het Nederlands Filmarchief, het IFFR, het IDFA, het OEROL-festival, Theater Lantaren/Venster, 't Hoogt en het Haags Filmhuis.
Kijk voor informatie over
films en voorstellingen bij agenda
Yvo Verschoor maakte diverse scores voor documentaires, speelfilms en
compilatie-programma's, die live werden uitgevoerd en/of op video zijn
uitgebracht.
(zie Agenda bij
1994-2005)
Ook stelde hij verscheidene scores samen op basis van 'cue-sheets' uit archieven en maakt(e) hij programma's met oude 78-toeren platen.
De laatste jaren toerde hij regelmatig door Nederland, België en Duitsland
langs cinema's, theaters, schouwburgen en festivals met Film-Muziek-Theater-voorstellingen.
Hij
speelt regelmatig samen met violiste Marike
Verheul eigen composities en improvisaties, geïnspireerd op
beeld, tekst of op de situatie ter plekke.
Voor hun laatste CD zie boekingen
Ook schreef hij de muziek bij films van beeldend
kunstenaar David Haines
Yvo
Verschoor in Parisien-zaal uit 1925 (foto filmmuseum)
Yvo, Frau Blüthner en 'Bed and Sofa' in Theaterbar Berlin>>
(foto: Reinder
Wijnveld)>

Yvo Verschoor speelde vele malen op het Internationale Filmfestival van
Rotterdam IFFR, het Oerol festival, het festival van de zwijgende film
in Bologna, het International Documentary Festival Amsterdam IDFA, de Filmmuseum-Biënnale
in Amsterdam, het Nederlands Filmfestival in Utrecht, het International
Animation Film Festival, het Filmfestival van Münster,
het Filmmuseum in Berlijn, Vassar College New York, het Unheard Filmfestival
Amsterdam, het Leids Filmfestival en in talloze andere filmhuizen en theaters. (zie agenda)
Hij maakte diverse schoolvoorstellingen voor het basis- en
middelbaar onderwijs en werkte mee aan vele filmprogramma's voor studenten van
de Filmacademie en de Universiteit van Amsterdam. Hij geeft les in
piano-improvisatie zowel in jazz als klassiek en geeft lectures over filmmuziek
en de geschiedenis van muziek bij film.
Het Vleugelverhaal, of waarom ik m'n eigen vleugel meeneem..
'Een nadeel van het pianistenvak is, dat je altijd maar weer af moet wachten
wat voor instrument er ergens staat.
Als je op de wat grotere concertpodia voor klassieke muziek komt, valt dat
vaak wel mee, alhoewel echt mooie instrumenten ook daar meer uitzondering dan
regel zijn.
Wanneer je op plaatsen speelt als jazzclubs en kleine theatertjes, dan zijn
de instrumenten vaak heel slecht of niet goed onderhouden.
De gedachte dat anderen het er ook mee hebben moeten doen, helpt soms wel om
je daar over heen te zetten en toch een soort van klank uit zo'n instrument
te toveren, maar erg bevredigend is het meestal niet.
Hoe beter de vleugel die je thuis hebt staan klinkt, hoe frustrerender het
wordt.
Jarenlang heb ik dat probleem met verschillende electronische keyboards proberen
op te vangen, maar ik vond 't helemaal niks; 't leeft niet, mengt niet en heeft
voor mij weinig met de toon van een echte piano te maken.
Speel je veel op plekken waar een piano in de regel alleen
staat als decoratie of, erger nog, alleen voor de gelegenheid zo goedkoop
mogelijk wordt ingehuurd, dan heeft het geluid dat daar uitkomt meestal
erg weinig met muziek te maken. Het aantal pianowrakken dat ik
in mijn loopbaan als jazz- en filmpianist overal ben tegengekomen is ontelbaar.
Hoe vaak hebben mensen mij niet verzekerd, dat hun piano pas nog gestemd
was (vorig
jaar), dat die en die bekende Nederlander geen probleem had gehad met hun
vleugeltje of dat ze hun onstembare piano-lijk speciaal hadden laten stemmen
voor deze gelegenheid...
Bij mijn eerste twee voorstellingen op het Oerolfestival ('RinTinTin de
Wolfshond' samen met verteller Anton Groothuis en 'Oscar de Olifant' met
acteur Berry Eggink) was de piano zo vreselijk slecht, dat er nauwelijks
op te spelen was.
Veel mensen vonden het overigens juist zo leuk en authentiek klinken met
zo'n valse tingeltangel.
Ondanks de vele enthousiaste reacties, heb ik het jaar erop voor 'Soort
van Blauw' met Anton Groothuis, toch maar zelf een vleugel gehuurd
bij Theodoor Dekker.
Een Bechstein Tropenvleugel, speciaal gebouwd voor
een extreem vochtige omgeving, dus dat paste wel goed op dat eiland.
Iedere ochtend voor de voorstelling schoof ik de grote deuren van de botenloods
van Doeksen aan de haven open en ging ik spelen met uitzicht op de Waddenzee,
een prachtige en onvergetelijke ervaring.

Bechsteinvleugel op Oerol in schuur van Doeksen, Terschelling
West
(voorstelling 'Soort van Blauw' met Anton Groothuis)
Voor alle reizende voorstellingen werd voor het vervoeren van decorstukken,
filmdoek en projectoren bij toernees door het filmmuseum altijd een bus
gehuurd.
Vandaar dat het me handig leek om zelf zo'n bus aan te schaffen, dat scheelt
een hoop geld en veel tijd, omdat je zo'n huurbus altijd moet ophalen en weer
wegbrengen.
Er kwam een oude Mercedesbus en al snel volgde de aankoop van een Barthol Baby-vleugel
uit 1926; die stond in een bejaardenhuis in de weg en was van een pianodocente
geweest die daar was overleden.
In de diskant had dat vleugeltje een prachtig helder
geluid en het was relatief klein, dus dat leek me wel wat als 'reis-vleugel'.
Het was mijn eerste ervaring als vleugeltransporteur en dat viel helemaal
niet mee, want alhoewel het een klein vleugeltje was, was ie wel loodzwaar!
Het betekende een hoop gepiel met karretjes, planken en veel tillen om
het ding in m'n bus te krijgen en er weer uit. Dat is ook een keer mis
gegaan, toen de vleugel om een mij onverklaarbare reden uit de bus viel en
ik 'm nog net tegen mijn schouder kon
opvangen, wat me ruim anderhalf jaar pijn in m'n schouder en arm opleverde.
Dankzij dit instrument kon ik ook gaan optreden op plaatsen waar geen piano
stond en zo volgde o.a. een reeks voorstellingen in Rialto en in Cinerama in
Amsterdam.
Door de geringe lengte ontbrak het aan volle bassen en klankfundament
en ondanks dat het qua toon, zeker in het hoog, een veel beter instrument
was dan ik in de regel tegenkwam, voldeed het toch niet echt en ging ik
op zoek naar iets beters. (Deze vleugel is nu regelmatig te horen in het
Haags Filmhuis)
Barthol vleugel, Haags Filmhuis
Na goeie ervaringen met verschillende Yamaha C7 vleugels (o.a. Kubus Lelystad, Onze Lieve Vrouw Amersfoort) en de soms mooie C5 in het Filmmuseum, die helaas iets te prijzig waren voor mijn budget, vond ik via pianostemmer Herman van Hooidonk, wederom bij een oude dame, een Yamaha G2 vleugeltje uit 1969.
Deze vleugel liep mechanisch beter dan de Barthol en had ook iets meer
basgeluid.
Dankzij hulp van Wilfred Lenz kwam er via Domeinen een veel betere bus, een
Sprinter 312D die gebruikt was door Justitie voor gevangenenvervoer.
Daar hebben we een electrische lier ingebouwd en een zware oprijplank, zodat
ik voortaan ook alleen de vleugel kon in en uitladen.
Enige probleem met deze bus was de geringe hoogte, waardoor er nauwelijks ruimte
was voor een vleugelkar.
Zodoende bedacht ik een systeem met een hoge en lage kar,
die op elkaar konden worden monteerd; laag voor in de bus, hoog eronder voor
daarbuiten, zodat ik ook stoepen, drempels en andere obstakels over kon.
Dat werkte goed en de Yamaha vleugel is meegeweest naar o.a. het Oerol-festival
op Terschelling en naar verschillende optredens in Nederland, o.a. in De
Uitkijk in Amsterdam, vaak naar Filmmuseum Cinerama (UvA-voorstellingen,
NRC-Dag) en naar de eerste zelf georganiseerde voorstelling in de Theaterbar
in Berlijn.
Yamaha bij Cinema Brut in Theaterbar, Berlin
2007
De klank was naar mijn smaak uiteindelijk toch te hard en te schel en
de dynamische mogelijkheden te klein, dus er moest iets aan gebeuren...
Zo kwam ik via Theo Dekker in contact met Frank van Ham, specialist in
het restaureren, afregelen en intoneren van instrumenten en een geweldige
vakman.
Frank van Ham heeft veel aan het mechaniek en de klank van die Yamaha
verbeterd door alles opnieuw af te regelen en te intoneren, maar nadat
hij een paar FilmConcerten had meegemaakt, kwamen we samen tot de conclusie
dat het veel mooier en passender zou zijn om die oude films te begeleiden
op een instrument uit de tijd van die films.
Een instrument met meer stijl, met oude grandeur, met een klankkwaliteit en
dynamiek zoals in de hoogtijdagen van de pianobouw gewoon was.
Misschien een mooie oude Bechstein, Berdux, Blüthner, Bösendorfer,
Erard, Feurich, Förster, Pleyel, Steinway, Steinweg, Schiedmayer of ander
merk goed gebouwd instrument uit de periode van de stomme film.
Om meer dynamiek en draagkracht te hebben, kom je al snel bij een groter
instrument uit, simpelweg omdat daar langere bassnaren in zitten. Zo begon
mijn lange zoektocht naar een oude maar in redelijke of goede staat
verkerende concertvleugel.
Een grotere vleugel betekende ook een hogere bus, dus de Sprinter heb ik
weer ingeruild voor een hogere IVECO met laadklep, wat alles een stuk eenvoudiger
en lichter maakt.
Via vele pianozaken, marktplaats en ebay kwam ik vervolgens op de vreemdste
plekken in Nederland, België en Duitsland om naar vleugels te kijken.
Door een wel heel voordelige advertentie voor een Estonia 2.74m concertvleugel,
leek ook die maat vleugel opeens binnen mijn bereik te zijn.
Bij mijn vele bezoeken aan en klassieke improvisatielessen bij Hugo van Neck
had ik ervaren, dat zo'n Estonia ook best mooi kan zijn, mits natuurlijk goed
afgeregeld.
Al gauw vielen toch verschillende grote concertvleugels af omdat de spanning
uit de bodem verdwenen bleek te zijn, de kam gescheurd of gebroken was
of er onreparabele scheuren in de zangbodem of het stemblok zaten.
Ook kwam een niet onbelangrijk praktisch probleem aan het licht, namelijk dat
ze te groot en te zwaar bleken te zijn om in m'n eentje te kunnen transporteren
en neerzetten.
Dat is nodig om het geheel enigszins betaalbaar te houden en zo goedkoop mogelijk
mijn FilmConcerten inclusief vleugel te kunnen aanbieden.
Iedereen die weleens een vleugel heeft gehuurd weet hoe duur dat is, wat ook begrijpelijk is gezien de waarde van zo'n instrument en al het werk dat ermee gemoeid is zo'n ding te vervoeren en neer te zetten.
Na het bezoeken van twee vreselijk klinkende Estonia's in Bergschenhoek
en Haarlem, twee helaas 'al overleden' Blüthner concertvleugels van
2,80m in Essen en Bremen, een ooit ongetwijfeld prachtige Bechstein in
Berlijn en een Förster concertvleugel in België en vele andere
voor mij veel te dure vleugels, kwam ik mijn huidige Blüthner op 't
spoor in de buurt van Winschoten.
Na een zoektocht langs dorpjes, door weilanden, over grindpaden langs sloten,
voorbij een verlaten kippenschuur, doemde plotseling achter
een hoge heg een enorm modern landhuis op en daar stond, midden in de grote
strakke woonkamer, een oude wat grijs en vaal geworden vleugel met een
grote vaas bloemen er op.
Behalve
de gekrakeleerde schellak politoer, was eigenlijk alles nog in goede staat
en volgens Frank heel mooi te krijgen, dus ik was meteen verliefd en verkocht..
Deze vleugel is een van de drieduizend(!) in 1897 door de Blüthner
fabriek in Leipzig gebouwde instrumenten. Deze 'kleine' concertvleugel
van 2,30m lengte, kan nog net de draai maken om m'n huis in en uit te komen,
dus dat scheelde een hoop gedoe met verbouwingen en aanpassingen of met
het vinden van een geschikte opslagruimte.
Door het kantelsysteem dat ik na veel slapeloze nachten bedacht en vervolgens
gemaakt heb, ben ik nu in staat deze vleugel van ± 450kg
ook in m'n eentje veilig neer te zetten en te vervoeren, zonder dat het erg
veel kracht kost.
Na vele dagen oefenen met politoeren, is het me gelukt de oude glans weer enigszins
terug te brengen, zonder de leeftijd helemaal 'weg te poetsen'.
Prettig toeval wil, dat deze 'Frau Blüthner', zoals ik deze edele
113 jaar oude dame noem, vrijwel niet ontstemd raakt ondanks al
het gesleep, waardoor het vaak mogelijk is 'haar' vooraf te laten stemmen
en Frank dus niet altijd mee hoeft.
Helaas was Frau Blüthner bij haar voor-vorige eigenaar in 1940 in
Zweden uiterlijk aangepast aan de 'moderne tijd' en miste daardoor de voor
die tijd (1897) gebruikelijke gedraaide bolpoten, lyra en rijk versierde
lessenaar.
Zodoende ben ik weer met een nieuwe zoektocht naar andere oude Blüthners
begonnen, om op die manier aan oude originele onderdelen te komen en gelukkig heb ik in Berlijn een origineel exemplaar uit 1895 gevonden met alles erop en eraan. Sinds juli 2010 heeft Frau Blüthner zodoende weer stijlvolle nieuwe oude benen. Ook het
vilt op de hamerkoppen was ondertussen erg dun geworden waardoor je
relatief wat veel hout hoorde in de diskant en na lang twijfelen en overleggen over wat de gevolgen zouden kunnen zijn heeft Frank van Ham nieuwe stelen met nieuwe hamerkoppen ingebouwd.
Opbouw en soundcheck voor openlucht filmconcert in Vondelpark.
Frau Blüthner eindelijk weer met 'oude' benen en lessenaar. :-)
Aangezien je nooit van tevoren weet wat zo'n ingreep met de klank doet, hebben we voor de zekerheid de oude set hamers bewaard.
De nieuwe koppen klinken na afregelen en intoneren gelukkig prachtig en geven zo mogelijk nog meer dynamische mogelijkheden.
Mijn bedoeling was om deze vleugel zoveel mogelijk in haar oude
staat terug te brengen, omdat dat ook uiterlijk perfect past bij de films
waarbij ze regelmatig gebruikt wordt en aangezien het oog ook wat wil,
zeker bij een filmvoorstelling. Dat is nu gelukkig gelukt.
Ondertussen ben ik een absolute Blüthnerfan geworden, want de klank
van die instrumenten is echt enorm inspirerend, warm en zangerig.
Het
is iedere keer weer een genot om op deze edele oude dame te mogen spelen.'

Yvo achter Frau Blüthner net na zonsondergang in het Vondelpark (juli 2010) (fragment youtube)
Met
'Frau B.' bij de Wassenaarse Slag aan zee (juni 2009) 
.jpg)
Het neerzetten vanaf de laadklep blijft altijd een extra spannende aktie...

