CV filmconcertpianist Yvo Verschoor

Van 1987 tot 1994 studeert Yvo piano, lichte muziek (jazz) en improvisatie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Op een dag wordt Yvo gevraagd om in het Haags Filmhuis bij een film te komen spelen. In eerste instantie is het een klus voor erbij, maar langzaam maar zeker raakt Yvo in de ban van de filmbegeleiding. Hij duikt in de geschiedenis en gaat op zoek naar wat er vroeger bij die films gespeeld werd en ontdekt naast veel bladmuziek, dat er een unieke manier bestond van improviseren; improvisatie bij films. En hoe meer hij ingespeeld raakt op het beeld, hoe beter het werkt en hoe leuker het wordt. De films en zijn muziek vormen een prachtig geheel.

Zijn talent blijft niet onopgemerkt want al snel wordt Yvo geselecteerd voor een cursus filmbegeleiding bij het Filmmuseum in Amsterdam. Na deze cursus in 1992 wordt Yvo vaste filmbegeleider bij Eye en speelt daarnaast als solo-pianist in o.a. het Haags Filmhuis, ’t Hoogt, Lantaren/Venster en vel
e Nederlandse filmhuizen. Daarnaast laat hij van zich horen in het festivalcircuit. Zo speelt hij o.a. op Oerol, het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA), het International Film Festival Rotterdam (IFFR) en verschillende internationale ‘silent film festivals’. Ook schrijft hij scores voor documentaires, speelfilms en compilatieprogramma’s en werkt hij veel samen met andere kunstenaars, acteurs en musici.

Met veel ervaring en liefde voor de filmbegeleiding op zak zet Yvo een nieuwe stap in zijn carrière; het samenstellen van eigen programma’s. Zijn eerste eigen programma Cinema Brut ziet het (projectie)licht in 2007 in ’t Hoogt in Utrecht. Met deze voorstelling valt voor Yvo alles op zijn plek. Dit is wat hij wil doen! Wanneer hij tijdens een bezoek aan Berlijn zijn programma in een theater speelt, is de programmeur meteen verkocht. In seizoen 2008/2009 speelt Yvo maandelijks een serie filmconcerten op zijn concertvleugel Frau Blüthner in Berlijn. Hij ontwikkelt verschillende themaprogramma’s en vertelt steeds meer zijn eigen verhaal. Naast pianist wordt Yvo een gastheer en verteller. Hij neemt zijn publiek mee in zijn passie; films uit de jaren 1895 tot 1927 met prachtige klanken die de beelden versterken.

Yvo’s liefde voor het vak en de piano brengt hem ertoe nieuwe activiteiten te ontplooien. In 2009 verbindt Yvo zich aan het Pianola Museum in Amsterdam. Hier presenteert hij maandelijkse filmconcerten en raakt betrokken bij de organisatie. Dit leidt ertoe dat hij in 2012 medewerker en bestuurslid van Stichting Nederlands Piano Museum wordt.
Ook houdt Yvo zich, sinds de fraaie restauratie van zijn eigen concertvleugel Frau Blüthner, bezig met de restauratie van diverse vleugels en pianola’s. Gelukkig houdt hij genoeg tijd over om films te blijven begeleiden in Eye en met zijn eigen programma’s door Nederland, België en Duitsland te reizen. Kijk hier of Yvo binnenkort bij u in de buurt is. En hier om af te spreken dat hij in uw podium speelt.

 



Fragment 'Our Hospitality', Theaterbar in Berlijn 24-06-'07,
een van de eerste concerten met Frau Blüthner in Berlijn.

Yvo achter z'n eerste 'reisvleugeltje' bij 'The man with a Moviecamera' in 't Haags Filmhuis>>

(foto: Reinder Wijnveld)

 

De kunst van het improviseren bij beeld blijft Yvo fascineren.
Grote voorbeelden zijn improvisatoren als Art Tatum en Keith Jarrett, maar ook het rijke idioom van grote romantische componisten als Brahms, Chopin en Rachmaninoff en vooral de beeldende impressionistische muziek van Ravel, Debussy, Mompou en Messiaen zijn een grote bron van inspiratie.

"Tijdens mijn filmconcerten ontstaat er een dialoog tussen film, muziek en het publiek. De filmbeelden komen door de live geïmproviseerde muziek, opnieuw tot leven. Er ontstaat dus telkens iets nieuws en unieks.
Of het nu om drama, komedie of documentairebeelden gaat; het gaat mij erom de beelden muzikaal zo te interpreteren, dat emotionele lagen worden versterkt, personages gaan leven en er telkens een nieuw, uniek geheel ontstaat, dat alleen op dat moment en alleen bij die uitvoering bestaat."

"De filmbeelden en de muziek vormen samen een nieuw werk.
Net zoals in de tijd van de stomme film, gebruik ik klassieke-, jazz- en hedendaagse muziek in mijn improvisaties. Ik heb veel respect voor de traditie van filmbegeleiding, maar het is niet mijn bedoeling om precies zo te spelen als vroeger bij die films; het gaat me bij mijn filmconcerten om het hier en nu.
Wij kijken en luisteren anno 2014 nou eenmaal anders dan grofweg 100 jaar geleden, en ik vind het belangrijk de onstane kloof tussen toen en nu te overbruggen".

"Helaas wordt er vaak ten onrechte van uitgegaan dat stomme films altijd op een valse, slechte piano (een zogenaamde tingeltangel) werden begeleid. Dat zal ongetwijfeld vaak het geval zijn geweest, maar de beginjaren van de film waren ook juist de hoogtijdagen van de pianoindustrie. Er waren vele honderden pianofabrieken, die vaak duizenden instrumenten per jaar bouwden, en juist in die periode werden veel hele goede instrumenten gebouwd en waarschijnlijk dus ook gebruikt
in theaters en bij filmvoorstellingen.
Om die reden, maar vooral omdat de kwaliteit van de klank voor mij erg belangrijk is om verschillende atmosferen te kunnen scheppen, neem ik als het enigszins mogelijk is, mijn eigen concertvleugel 'Frau Blüthner' mee, een prachtige Blüthner van 2,30 meter, gebouwd in Leipzig in 1897.
Deze concertvleugel is door z'n diversiteit aan klankkleuren en dynamisch bereik van fluisterzacht tot fortissimo, bij uitstek geschikt om zwijgende beelden aansprekend tot leven te brengen".
Scroll naar beneden voor 'het Vleugelverhaal'

Als solo-pianist speelde Yvo Verschoor bij duizenden films en werkte hij mee aan heel veel speciale filmprogramma's, o.a. voor het Nederlands Filmmuseum in Amsterdam, voor Beeld & Geluid Hilversum, het Nederlands Filmarchief, het IFFR, het IDFA, het OEROL-festival, Theater Lantaren/Venster, 't Hoogt en het Haags Filmhuis.
Kijk voor informatie over films en voorstellingen bij agenda

Yvo Verschoor maakte diverse scores voor documentaires, speelfilms en compilatie-programma's, die live werden uitgevoerd en/of op video zijn uitgebracht. (zie Agenda bij 1994-2005)
Ook stelde hij verscheidene scores samen op basis van 'cue-sheets' uit archieven en maakt(e) hij programma's met oude 78-toeren platen.
Yvo toerde de afgelopen jaren regelmatig door Nederland, België en Duitsland langs cinema's, theaters, schouwburgen en festivals met Film-Muziek-Theater-voorstellingen.

Hij speelt regelmatig samen met violiste Marike Verheul eigen composities en improvisaties, geïnspireerd op beeld, tekst of op de situatie ter plekke.
Voor hun laatste CD zie boekingen
Ook schreef hij de muziek bij films van beeldend kunstenaar David Haines


Yvo Verschoor in Parisien-zaal uit 1925 (foto filmmuseum)
Yvo, Frau Blüthner en 'Bed and Sofa' in Theaterbar Berlin>>
(foto: Reinder Wijnveld)>

Yvo Verschoor speelde vele malen op het Internationale Filmfestival van Rotterdam IFFR, het Oerol festival, het festival van de zwijgende film in Bologna, het International Documentary Festival Amsterdam IDFA, de Filmmuseum-Biënnale in Amsterdam, het Nederlands Filmfestival in Utrecht, het International Animation Film Festival, het Filmfestival van Münster, het Filmmuseum in Berlijn, Vassar College New York, het Unheard Filmfestival Amsterdam, het Leids Filmfestival en in talloze andere filmhuizen en theaters. (zie agenda)

Hij maakte diverse schoolvoorstellingen voor het basis- en middelbaar onderwijs en werkte mee aan vele filmprogramma's voor studenten van de Filmacademie en de Universiteit van Amsterdam. Hij geeft les in piano-improvisatie zowel in jazz als klassiek en geeft lectures over filmmuziek en de geschiedenis van muziek bij film.

 

Het Vleugelverhaal, of waarom ik m'n eigen vleugel meeneem..

'Een nadeel van het pianistenvak is, dat je altijd maar weer af moet wachten wat voor instrument er ergens staat.
Als je op de wat grotere concertpodia voor klassieke muziek komt, valt dat vaak wel mee, alhoewel echt mooie instrumenten ook daar meer uitzondering dan regel zijn.
Wanneer je op plaatsen speelt als jazzclubs en kleine theatertjes, dan zijn de instrumenten vaak heel slecht of niet goed onderhouden.
De gedachte dat anderen het er ook mee hebben moeten doen, helpt soms wel om je daar over heen te zetten en toch een soort van klank uit zo'n instrument te toveren, maar erg bevredigend is het meestal niet.
Hoe beter de vleugel die je thuis hebt staan klinkt, hoe frustrerender het wordt.
Jarenlang heb ik dat probleem met verschillende electronische keyboards proberen op te vangen, maar ik vond 't helemaal niks; 't leeft niet, mengt niet en heeft voor mij weinig met de toon van een echte piano te maken.

Speel je veel op plekken waar een piano in de regel alleen staat als decoratie of, erger nog, alleen voor de gelegenheid zo goedkoop mogelijk wordt ingehuurd, dan heeft het geluid dat daar uitkomt meestal erg weinig met muziek te maken. Het aantal pianowrakken dat ik in mijn loopbaan als jazz- en filmpianist overal ben tegengekomen is ontelbaar.
Hoe vaak hebben mensen mij niet verzekerd, dat hun piano pas nog gestemd was (vorig jaar), dat die en die bekende Nederlander geen probleem had gehad met hun vleugeltje of dat ze hun onstembare piano-lijk speciaal hadden laten stemmen voor deze gelegenheid...

Bij mijn eerste twee voorstellingen op het Oerolfestival ('RinTinTin de Wolfshond' samen met verteller Anton Groothuis en 'Oscar de Olifant' met acteur Berry Eggink) was de piano zo vreselijk slecht, dat er nauwelijks op te spelen was.
Veel mensen vonden het overigens juist zo leuk en authentiek klinken met zo'n valse tingeltangel.
Ondanks de vele enthousiaste reacties, heb ik het jaar erop voor 'Soort van Blauw' met Anton Groothuis, toch maar zelf een vleugel gehuurd bij Theodoor Dekker.
Een Bechstein Tropenvleugel, speciaal gebouwd voor een extreem vochtige omgeving, dus dat paste wel goed op dat eiland.
Iedere ochtend voor de voorstelling schoof ik de grote deuren van de botenloods van Doeksen aan de haven open en ging ik spelen met uitzicht op de Waddenzee, een prachtige en onvergetelijke ervaring.

Bechsteinvleugel op Oerol in schuur van Doeksen, Terschelling West
(voorstelling 'Soort van Blauw' met Anton Groothuis)

Voor alle reizende voorstellingen werd voor het vervoeren van decorstukken, filmdoek en projectoren bij toernees door het filmmuseum altijd een bus gehuurd.
Vandaar dat het me handig leek om zelf zo'n bus aan te schaffen, dat scheelt een hoop geld en veel tijd, omdat je zo'n huurbus altijd moet ophalen en weer wegbrengen.
Er kwam een oude Mercedesbus en al snel volgde de aankoop van een Barthol Baby-vleugel uit 1926; die stond in een bejaardenhuis in de weg en was van een pianodocente geweest die daar was overleden.
In de diskant had dat vleugeltje een prachtig helder geluid en het was relatief klein, dus dat leek me wel wat als 'reis-vleugel'.

Het was mijn eerste ervaring als vleugeltransporteur en dat viel helemaal niet mee, want alhoewel het een klein vleugeltje was, was ie wel loodzwaar! Het betekende een hoop gepiel met karretjes, planken en veel tillen om het ding in m'n bus te krijgen en er weer uit. Dat is ook een keer mis gegaan, toen de vleugel om een mij onverklaarbare reden uit de bus viel en ik 'm nog net tegen mijn schouder kon opvangen, wat me ruim anderhalf jaar pijn in m'n schouder en arm opleverde.
Dankzij dit instrument kon ik ook gaan optreden op plaatsen waar geen piano stond en zo volgde o.a. een reeks voorstellingen in Rialto en in Cinerama in Amsterdam.

Door de geringe lengte ontbrak het aan volle bassen en klankfundament en ondanks dat het qua toon, zeker in het hoog, een veel beter instrument was dan ik in de regel tegenkwam, voldeed het toch niet echt en ging ik op zoek naar iets beters. (Deze vleugel is nu regelmatig te horen in het Haags Filmhuis)


Barthol vleugel, Haags Filmhuis

Na goeie ervaringen met verschillende Yamaha C7 vleugels (o.a. Kubus Lelystad, Onze Lieve Vrouw Amersfoort) en de soms mooie C5 in het Filmmuseum, die helaas iets te prijzig waren voor mijn budget, vond ik via pianostemmer Herman van Hooidonk, wederom bij een oude dame, een Yamaha G2 vleugeltje uit 1969.

Deze vleugel liep mechanisch beter dan de Barthol en had ook iets meer basgeluid.
Dankzij hulp van Wilfred Lenz kwam er via Domeinen een veel betere bus, een Sprinter 312D die gebruikt was door Justitie voor gevangenenvervoer.
Daar hebben we een electrische lier ingebouwd en een zware oprijplank, zodat ik voortaan ook alleen de vleugel kon in en uitladen.
Enige probleem met deze bus was de geringe hoogte, waardoor er nauwelijks ruimte was voor een vleugelkar.
Zodoende bedacht ik een systeem met een hoge en lage kar, die op elkaar konden worden monteerd; laag voor in de bus, hoog eronder voor daarbuiten, zodat ik ook stoepen, drempels en andere obstakels over kon.
Dat werkte goed en de Yamaha vleugel is meegeweest naar o.a. het Oerol-festival op Terschelling en naar verschillende optredens in Nederland, o.a. in De Uitkijk in Amsterdam, vaak naar Filmmuseum Cinerama (UvA-voorstellingen, NRC-Dag) en naar de eerste zelf georganiseerde voorstelling in de Theaterbar in Berlijn.

Yamaha bij Cinema Brut in Theaterbar, Berlin 2007

De klank was naar mijn smaak uiteindelijk toch te hard en te schel en de dynamische mogelijkheden te klein, dus er moest iets aan gebeuren...
Zo kwam ik via Theo Dekker in contact met Frank van Ham, specialist in het restaureren, afregelen en intoneren van instrumenten en een geweldige vakman.

Frank van Ham heeft veel aan het mechaniek en de klank van die Yamaha verbeterd door alles opnieuw af te regelen en te intoneren, maar nadat hij een paar FilmConcerten had meegemaakt, kwamen we samen tot de conclusie dat het veel mooier en passender zou zijn om die oude films te begeleiden op een instrument uit de tijd van die films.
Een instrument met meer stijl, met oude grandeur, met een klankkwaliteit en dynamiek zoals in de hoogtijdagen van de pianobouw gewoon was.
Misschien een mooie oude Bechstein, Berdux, Blüthner, Bösendorfer, Erard, Feurich, Förster, Pleyel, Steinway, Steinweg, Schiedmayer of ander merk goed gebouwd instrument uit de periode van de stomme film.

Om meer dynamiek en draagkracht te hebben, kom je al snel bij een groter instrument uit, simpelweg omdat daar langere bassnaren in zitten. Zo begon mijn lange zoektocht naar een oude maar in redelijke of goede staat verkerende concertvleugel.
Een grotere vleugel betekende ook een hogere bus, dus de Sprinter heb ik weer ingeruild voor een hogere IVECO met laadklep, wat alles een stuk eenvoudiger en lichter maakt.

Via vele pianozaken, marktplaats en ebay kwam ik vervolgens op de vreemdste plekken in Nederland, België en Duitsland om naar vleugels te kijken.
Door een wel heel voordelige advertentie voor een Estonia 2.74m concertvleugel, leek ook die maat vleugel opeens binnen mijn bereik te zijn.
Bij mijn vele bezoeken aan en klassieke improvisatielessen bij Hugo van Neck had ik ervaren, dat zo'n Estonia ook best mooi kan zijn, mits natuurlijk goed afgeregeld.

Al gauw vielen toch verschillende grote concertvleugels af omdat de spanning uit de bodem verdwenen bleek te zijn, de kam gescheurd of gebroken was of er onreparabele scheuren in de zangbodem of het stemblok zaten.
Ook kwam een niet onbelangrijk praktisch probleem aan het licht, namelijk dat ze te groot en te zwaar bleken te zijn om in m'n eentje te kunnen transporteren en neerzetten.
Dat is nodig om het geheel enigszins betaalbaar te houden en zo goedkoop mogelijk mijn FilmConcerten inclusief vleugel te kunnen aanbieden.

Iedereen die weleens een vleugel heeft gehuurd weet hoe duur dat is, wat ook begrijpelijk is gezien de waarde van zo'n instrument en al het werk dat ermee gemoeid is zo'n ding te vervoeren en neer te zetten.

Na het bezoeken van twee vreselijk klinkende Estonia's in Bergschenhoek en Haarlem, twee helaas 'al overleden' Blüthner concertvleugels van 2,80m in Essen en Bremen, een ooit ongetwijfeld prachtige Bechstein in Berlijn en een Förster concertvleugel in België en vele andere voor mij veel te dure vleugels, kwam ik mijn huidige Blüthner op 't spoor in de buurt van Winschoten.
Na een zoektocht langs dorpjes, door weilanden, over grindpaden langs sloten, voorbij een verlaten kippenschuur, doemde plotseling achter een hoge heg een enorm modern landhuis op en daar stond, midden in de grote strakke woonkamer, een oude wat grijs en vaal geworden vleugel met een grote vaas bloemen er op.
Behalve de gekrakeleerde schellak politoer, was eigenlijk alles nog in goede staat en volgens Frank heel mooi te krijgen, dus ik was meteen verliefd en verkocht..

Deze vleugel is een van de drieduizend(!) in 1897 door de Blüthner fabriek in Leipzig gebouwde instrumenten. Deze 'kleine' concertvleugel van 2,30m lengte, kan nog net de draai maken om m'n huis in en uit te komen, dus dat scheelde een hoop gedoe met verbouwingen en aanpassingen of met het vinden van een geschikte opslagruimte.
Door het kantelsysteem dat ik na veel slapeloze nachten bedacht en vervolgens gemaakt heb, ben ik nu in staat deze vleugel van ± 450kg ook in m'n eentje veilig neer te zetten en te vervoeren, zonder dat het erg veel kracht kost.
Na vele dagen oefenen met politoeren, is het me gelukt de oude glans weer enigszins terug te brengen, zonder de leeftijd helemaal 'weg te poetsen'.

Prettig toeval wil, dat deze 'Frau Blüthner', zoals ik deze edele 113 jaar oude dame noem, vrijwel niet ontstemd raakt ondanks al het gesleep, waardoor het vaak mogelijk is 'haar' vooraf te laten stemmen en Frank dus niet altijd mee hoeft.

Helaas was Frau Blüthner bij haar voor-vorige eigenaar in 1940 in Zweden uiterlijk aangepast aan de 'moderne tijd' en miste daardoor de voor die tijd (1897) gebruikelijke gedraaide bolpoten, lyra en rijk versierde lessenaar.

Zodoende ben ik weer met een nieuwe zoektocht naar andere oude Blüthners begonnen, om op die manier aan oude originele onderdelen te komen en gelukkig heb ik in Berlijn een origineel exemplaar uit 1895 gevonden met alles erop en eraan. Sinds juli 2010 heeft Frau Blüthner zodoende weer stijlvolle nieuwe oude benen. Ook het vilt op de hamerkoppen was ondertussen erg dun geworden waardoor je relatief wat veel hout hoorde in de diskant en na lang twijfelen en overleggen over wat de gevolgen zouden kunnen zijn heeft Frank van Ham nieuwe stelen met nieuwe hamerkoppen ingebouwd.
Opbouw en soundcheck voor openlucht filmconcert in Vondelpark.
Frau Blüthner eindelijk weer met 'oude' benen en lessenaar. :-)

Aangezien je nooit van tevoren weet wat zo'n ingreep met de klank doet, hebben we voor de zekerheid de oude set hamers bewaard.
De nieuwe koppen klinken na afregelen en intoneren gelukkig prachtig en geven zo mogelijk nog meer dynamische mogelijkheden.

Mijn bedoeling was om deze vleugel zoveel mogelijk in haar oude staat terug te brengen, omdat dat ook uiterlijk perfect past bij de films waarbij ze regelmatig gebruikt wordt en aangezien het oog ook wat wil, zeker bij een filmvoorstelling. Dat is nu gelukkig gelukt.
Ondertussen ben ik een absolute Blüthnerfan geworden, want de klank van die instrumenten is echt enorm inspirerend, warm en zangerig.
Het is iedere keer weer een genot om op deze edele oude dame te mogen spelen.'


Yvo achter Frau Blüthner net na zonsondergang in het Vondelpark (juli 2010) (fragment youtube)

Met 'Frau B.' bij de Wassenaarse Slag aan zee (juni 2009)


Het neerzetten vanaf de laadklep blijft altijd een extra spannende aktie...


curriculum
optreden